Nieuwe geschiedenis


Het eerdere bericht over de geschiedenis, gebaseerd op een toelichting bij een afbeelding uit het gemeentearchief, heeft Ruud Poels uitgedaagd zijn meest actuele bevindingen voor ons op papier te zetten. Een mooi en compleet stuk! Komt meteen wel weer een nieuwe vraag op; wat is de achtergrond van de namen Leifland en Coerland?

De panden “Leifland” en “Coerland” achter Makkersstraat 3 en 5

In de tweede helft van de 18e eeuw groeide de moutwijn- en jeneverproductie uit tot grote hoogte. Met daaraan gekoppeld de vernieuwing en uitbreiding van openbare gebouwen en patriciërswoningen. Tot alle aan bevaarbaar water gelegen ruimte binnen de grenzen van de vesten van de stad was bebouwd. Daarna moest worden opgekeken naar nieuwe locaties buiten de vesten. De verdere groei van de productie en vraag naar woningruimte voor de rijke branders en handelaren, eind 18e eeuw en in het eerste kwart van de 19e eeuw deed men uitwijken naar het “Nieuwe Werck” tussen Buitenhaven en Nieuwe Haven. Thans bekend als Tuinlaan, Lange Nieuwstraat en Plantage. Was deze stadsuitbreiding in eerste instantie bestemd als woon- en wandelplaats voor de elite, er werden uiteindelijk, soms op of naast de achtererven en in de achtertuinen van de herenhuizen aan de jeneverproductie verwante bedrijfsgebouwen gebouwd.
Aan de achtererven van de Tuinlaanzijde (zichtbaar vanaf de Buitenhavenweg) was dit tot 2002 nog op vier plaatsen herkenbaar: Tuinlaan 8, achter Tuinlaan 40, achter Tuinlaan 52 en achter Tuinlaan 80.
Het laat-18e eeuwse of vroeg-19e eeuwse gebouw aan de Makkersstraat achter Tuinlaan 40 werd nog niet zo lang geleden gesloopt: september 2002. Tot dan was het in de route van de toeristische rondvaarten een opvallende verschijning. Vele jaren was er de STER-sodafabriek gevestigd, maar al weer heel wat jaren buiten gebruik. Op 2 augustus 2002 stortte een deel van het dak in, waarna de voormalige branderij/distilleerderij in de maand september volledig werd gesloopt.

De panden “Leifland” en “Coerland”
Een der nog resterende plekken is te vinden achter het herenhuis Tuinlaan 52. Daar staan op korte afstand van de achtergevel twee grote bedrijfspanden. Deze zijn vanaf de Tuinlaan en de Makkersstraat nauwelijk waar te nemen, maar tonen zich in volle glorie vanaf de Buitenhavenweg.
Het linker pand is een groot pakhuis, mogelijk een mouterij, genaamd “Leifland”, het rechter pand is een voormalige moutwijnbranderij (gezien de uit het midden liggende toegangs- en hijsdeuren) genaamd “Coerland”, waarvan bekend is dat ze reeds bestonden rond 1828, maar mogelijk ouder zijn. In akten uit de periode tussen 1820 en 1830 worden beide panden genoemd als pakhuis. In notariële akten van 1868 en later worden beide panden met naam genoemd.
Pakhuis “Leifland” is waarschijnlijk het grootste pakhuis/mouterij van deze aard dat in Schiedam werd gebouwd. Voor het overgrote deel is de oorspronkelijke constructie van beide panden nog aanwezig: balklagen met onderslagbalken, standvinken, kapconstructie, oorspronkelijke gevels, deur- en raampartijen.
Op de van 1770 daterende plattegrond van Bol’Es komen de panden niet voor.
Op een kadastrale kaart uit 1828 staan beide panden ingetekend.
Op een plattegrond van 1858 eveneens.
Beide panden zijn afgebeeld op een prent, een staalgravure, met als titel: ‘Oud en Nieuw Mathenesse nabij Schiedam’. Deze prent komt voor in het boek ‘Het Koninkrijk der Nederlanden enz…’ uit 1855. Daaruit valt op te maken dat het uiterlijk van de panden sindsdien tot op heden ongewijzigd is.

Uit bepaalde perioden zijn eigenaren bekend, met aanduiding van hun beroep.
In 1811 is het grote pand “Leifland” (of de voorganger daarvan, maar in ieder geval het perceel) in bezit van J.Nolet sr. In 1828 gaat dit pand en het aangrenzende herenhuis over op W.J.Nolet. In 1860 eigendom van P.& W.Nolet. Van 1862 tot 1868 eigendom van W.J.Nolet. In 1868 wordt het pand met herenhuis verkocht door de familie Nolet: J.A.Nolet distillateur en koopman, J.Wenneker (gehuwd met een Nolet) distillateur en koopman, J.H.Meijer (gehuwd met een Nolet) brander en koopman. Het pand wordt gekocht door M.F.J.Cool, brander, koopman en cargadoor. Van 1870 tot 1875 in bezit van Loncq & Cool.
Het kleinere pand, de branderij met de naam “Coerland” is in de loop van de 19e eeuw o.a. in bezit van F.J.C.van der Schalk (ook nering hebbende in de jeneverproductie), later C.J.Burgerhoudt-Tromer.
De malaise in de jeneverindustrie vanaf 1880 is ook aan deze beide panden niet voorbijgegaan. Ze zijn tot uiterlijk 1893 in gebruik geweest voor de gedistilleerdindustrie. In december 1893 richt de firma Dury & Hammes een sodafabriek op, waarna Burgemeester en Wethouders van Schiedam op 5 januari 1894 vergunning verlenen deze te vestigen in het pakhuis ‘Leifland’. Tussen 1894 en 1909 wordt ook het buurpand “Coerland” ingeschakeld bij de sodaproductie.

(Mogelijk dat nader historisch onderzoek meer gegevens tevoorschijn brengt.)

(R.W. Poels, 25 juli 2012)

One Comment

on “Nieuwe geschiedenis
One Comment on “Nieuwe geschiedenis
  1. Russische Oostzeeprovincies: zie deze mooie kaart

    http://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/8/8c/Meyerbaltikum.jpg

    Coerland/Kurland ten zuiden van Riga en Lijfland/Livland ten noorden.

    uit Wikipedia: Koerland kwam pas in 1795 bij de Derde Poolse Deling bij Rusland, als Gouvernement Koerland (Курляндская губерния). Tezamen vormden Estland, Lijfland en Koerland de Baltische gouvernementen.

    In de 17e eeuw deed Holland veel graanhandel met die streek, in de 19e eeuw nog steeds? Dan koppel je de graanpakhuizen aan de mouterij van buurman Makkers.

Comments are closed.